Schade door Californische trips
Een trips veroorzaakt schade aan de plant door cellen van het oppervlakteweefsel aan te prikken en leeg te zuigen. Het weefsel rondom deze voedingsplaatsen sterft vervolgens af. Hierdoor ontstaan zilvergrijze vlekken op de bladeren, en de zwarte puntjes van de uitwerpselen zijn een aanwijzing voor de aanwezigheid van trips in het gewas. De groeikracht van de plant vermindert door verlies van bladgroen. Bij een ernstige aantasting kunnen de bladeren verdrogen.
De Californische trips (Frankliniella occidentalis) heeft een voorkeur voor ontwikkelende weefsels, zoals bloemknoppen of groeipunten. Als deze weefsels uitgroeien, zien de bladeren en bloemen er ernstig misvormd uit. Ernstig aangetaste bloemknoppen kunnen soms zelfs dicht blijven. Ook kunnen vruchten beschadigd en misvormd worden, zelfs bij een relatief lage tripsdichtheid, zoals bijvoorbeeld de ‘varkensstaartjes’ die soms worden aangetroffen bij komkommer. In veel siergewassen kunnen zelfs zeer lage tripsaantallen al veel schade veroorzaken, door de overdracht van virussen of door beschadiging van de bloemen, bijv. bij roos.
De Californische trips (Frankliniella occidentalis) is de belangrijkste overbrenger voor zowel het tomatenbronsvlekkenvirus (TSWV) als het impatiensvlekkenvirus (INSV). Beide virussen hebben een zeer groot aantal waardplanten. Vaak kan één waardplant geïnfecteerd worden met beide virussen.
