Mamestra brassicae

Kooluil

Algemeen

De rups van de kooluil (Mamestra brassicae) is zeer polyfaag. Hij vormt niet alleen een belangrijke plaag in kool, maar voedt zich met 70 soorten uit 22 plantenfamilies, waaronder gewassen zoals paprika, tomaat, aardbei, sla, rode biet, ui, rabarber en ook chrysant en anjer. Deze soort wordt aangetroffen in Europa, Noord-Afrika (Libiƫ, Canarische Eilanden), Japan en subtropisch Aziƫ, waaronder India.

Levenscyclus en uiterlijk van de kooluil

De volwassen kooluil (Mamestra brassicae) heeft grijsbruine tot zwarte voorvleugels met in het midden een niervormige, witomrande vlek. De achtervleugels zijn lichtbruin met een onopvallende vlek in het midden. Kop en borststuk zijn grijsbruin met witte vlekken. Het achterlijf is bleek grijsachtig bruin. De mot vliegt alleen in de ochtend- en avondschemering en houdt zich overdag schuil in het gewas. Enkele dagen nadat de vrouwtjesmotten uit hun pop zijn gekomen, leggen ze clusters van 20 tot 100 eieren op de onderkant van bladeren of elders op opstanden in de kas. De eieren zijn aanvankelijk licht doorschijnend, maar worden steeds donkerder tot ze bruinzwart, soms zelfs paars van kleur zijn. Ze zijn geribbeld en hebben een lichte netvormige tekening.

De rupsen van de kooluil (Mamestra brassicae) blijven in het eerste stadium bij elkaar en eten de rand op van de bladeren waarop ze zijn uitgekomen. Vanaf het derde stadium verspreiden ze zich over de hele plant. De rups doorloopt zes stadia. In het eerste stadium is hij doorschijnend geel tot grijsgroen, met een kenmerkend bruinzwart kopkapsel. Na de derde vervelling is de rups groen met een donkere rug en dikke, gele lengtestrepen aan de zijkant. De volgroeide rups varieert in kleur van groen of bruin tot zwart. Bij jongere stadia is het relatief grote kopkapsel opvallend, terwijl de oudere stadia opvallen door hun kenmerkende geringde uiterlijk, veroorzaakt door de lichtere kleur van de banden tussen hun segmenten. Verpopping vindt plaats in de grond. De poppen zijn ongeveer 2 cm groot en glanzend bruin gekleurd. Kort voor het uitkomen worden ze zwart.

Bestrijding van de kooluil