Pythium

Inleiding

Pythium aphanidermatum en P. ultimum zijn de belangrijkste soorten. Beide soorten hebben een grote reeks waardplanten.

P. aphanidermatum is warmteminnend, en kan ernstige schade veroorzaken in elk gewasstadium, met name bij een verzwakte plantconditie.

P. ultimum is bij lagere temperaturen actief, en tast vooral kiemplanten aan.

Levenswijze

Pythium tast vooral jong en zacht plantenweefsel aan. De infectie gaat via wondjes aan het wortelstelsel. In aangetast weefsel vormen zich dikwandige rustsporen. Deze rustsporen kunnen minimaal 2 maanden overleven in grond of substraat. Bij gunstige omstandigheden kiemen de rustsporen en vormen uiteindelijk zwermsporen: beweeglijke sporen met een zwermstaart. Deze zwermsporen verspreiden zich via water en opspattende gronddeeltjes.

Schadebeelden

Op de grens van grond of substraat en lucht ontstaat lichtbruin natrot. Uiteindelijk kan zelfs de plantvoet doorrotten. De schimmel kan ook de wortels aantasten, dan raakt de schors los van de centrale wortelcilinder en deze kan er gemakkelijk worden afgeschoven.

Producten tegen pythium
Trichoderma harzianum T-22
Trichoderma harzianum T-22