Als hij wordt bijgevoerd, weet Montdo-Mite (de roofmijt Transeius montdorensis) trips goed onder de duim te houden in chrysanten onder LED-licht. Dat blijkt uit onderzoek bij het Improvement Centre in het kader van het project De Perfecte Chrysant. Chrysopa-E blijkt ook onder het kunstlicht een duidelijk effect op luizen te hebben.
"Chrysantentelers doen er goed aan ervaring met de biologie op te doen. Chemische middelen bieden steeds minder soelaas."
In chrysanten onder LED-licht doet de biologie het goed. Dat zegt Koppert-consultant Gerard Buitelaar. Namens Koppert is hij betrokken bij een onderzoek bij het Improvement Centre in Bleiswijk in het kader van het project De Perfecte Chrysant. Dit project wordt gefinancierd vanuit Kas als Energiebron en begeleid door Wageningen UR. Het onderzoek is erop gericht de mogelijkheden van fossielvrij telen onder LED-licht te onderzoeken.
"Chrysantentelers werken er hard aan om hun teelt te verduurzamen", vertelt Gerard. "De biologische gewasbescherming is voor hen heel belangrijk, want de chemische werkwijze biedt steeds minder perspectief. Daarom neemt Koppert in het project De Perfecte Chrysant de gewasbescherming voor zijn rekening."
Het onderzoek vindt plaats in een afdeling waarvan de luchtramen zijn afgegaasd. In de plaagbestrijding wordt gekeken naar trips, spint, bladluis en mineervlieg, die ondanks het gaas toch in de kas weten te komen. Motten en wantsen kunnen het gaas niet passeren.
Tegen trips worden de roofmijt Transeius montdorensis (Montdo-Mite) en de roofwants Orius laevigatus (Thripor-L) ingezet. De roofmijt Phytoseiulus persimilis (Spidex Vital) moet spint beteugelen. De sluipwesp Aphidius colemani (Aphipar) en de galmug Aphidoletes aphidimyza (Aphidend) moeten de luisdruk verkleinen en de sluipwesp Diglyphus isaea (Miglyphus) de mineervlieg. Met gele en blauwe vangplaten, tellingen en spoelmonsters volgen de begeleiders de ontwikkelingen in het gewas.
Een standing army van Montdo-Mite
Van de twee tripsbestrijders blijkt Montdo-Mite het sterkste effect op de tripsdruk te geven.
Gerard: "Hij werd in de wintermaanden bijgevoerd met Nutari in combinatie met Artefeed, dat zijn cysten van het pekelkreeftje Artemia. Dat bijvoeren geeft hem duidelijk een extra zet in de rug. Koppert heeft overigens al eerder aangetoond dat bijvoeren de roofmijt een boost geeft: de populatie wordt veel sterker met als gevolg dat hij trips effectiever weet aan te pakken. Er is een standing army in het gewas."
In een samenwerking tussen Koppert en distributeur Van Iperen liep in de zomer van 2021 een vergelijkbare proef op het bedrijf van Ed van Paassen in Maasdijk. "Deze teler is enthousiast over het resultaat dat hij met Montdo-Mite en bijvoeren heeft bereikt. Ook op zijn bedrijf zien we een duidelijk effect van bijgevoerde Montdo-Mite op de tripsdruk."
| Chrysantentelers werken er hard aan om hun teelt te verduurzamen. In het project De Perfecte Chrysant neemt Koppert de gewasbescherming voor zijn rekening. |
Een positieve invloed
Met de combinatie van voermijten en Artefeed worden in de spoelmonsters veel meer roofmijten dan exemplaren Orius teruggevonden. Het lijkt er volgens Gerard op dat Montdo-Mite tripsen beter bestrijdt dan Orius. "Van Orius is bekend dat hij volwassen tripsen weet aan te pakken. Maar het is lastig om een sterke populatie van deze roofwants op te bouwen in de chrysantenteelt. Daarom is het beter om Orius ook wekelijks in te zetten. Maar omdat de inzet van Orius een kostbaardere methode is, is het beter om een sterke basis neer te zetten met roofmijten plus bijvoeren, en Orius te bewaren voor de periode met een hogere tripsdruk. Doordat de Artemia langer goed blijft, neemt de voeding naar het einde van de teelt verder toe, waardoor er veel meer roofmijten worden teruggevonden.”
De truc is om Artefeed mee te blijven verblazen, samen met Carpoglyphus lactis, oftewel Nutari. Artefeed is een goede aanvulling. Als je dat blijft geven, ook aan het einde van de teelt, behoudt de bijvoeding een positieve invloed op de prestaties van Montdorensis."
Goed effect op luis
Vorig jaar bracht Koppert Chrysopa-E op de markt. Dit zijn eieren van de gaasvlieg Chrysoperla carnea. Ook dit product wordt bij het Improvement Centre (naast Aphipar en Aphidend) getest op zijn werking tegen luizen. De gaasvlieg werd ingezet in een dosering van 100 exemplaren per vierkante meter.
Gerard: "Binnen een week na uitzetten vonden we al de eerste larven van de gaasvlieg terug in het spoelmonster en zagen we predatie van luizen. De gaasvlieg is een nachtbeestje dat zich overdag verstopt. Maar opmerkelijk genoeg zagen we hem soms ook overdag bij donker weer in de chrysanten, zelfs in de koppen. Wellicht dat hij door de LED-belichting in de war is. In ieder geval zien we een goed resultaat op door luis aangetaste takken. En als de LED-belichting daadwerkelijk effect heeft op het gedrag van de gaasvlieg, is dat wellicht te gebruiken in toekomstige bestrijdingsstrategieën".
Een extra instrument
Chrysopa-E blijkt - naast Aphipar en Aphidend - een extra instrument in de luisbestrijding te zijn, aldus Gerard Buitelaar. "Dat is belangrijk, want het inzetten van een bepaald integreerbaar chemisch correctiemiddel mag maar een beperkt aantal keren per 12 maanden. Telers doen er daarom goed aan ervaring met de biologische aanpak en de verschillende bestrijders op te doen. Dan komen zij niet met hun rug tegen de muur te staan."
"Chrysantentelers doen er goed aan ervaring met de biologie op te doen. Chemische middelen bieden steeds minder soelaas."