Categorie: news
Publicatiedatum: april 06, 2022

‘We moeten ons klaarmaken voor een andere manier van witlof telen’

Onze adviseur:

‘We moeten ons klaarmaken voor een andere manier van witlof telen’

De witlofteelt zit in een transitie. Er wordt gewerkt aan weerbaardere teeltsystemen. Groene vervangers als alternatief voor chemie zijn de toekomst. Dat stelt Bart Hesen van witlofadviesbureau Chicogrow. ‘Om de transitie te versnellen, moeten we eerst het laaghangend fruit pakken.’

Chicogrow in Montfort adviseert en begeleidt witloftelers bij de pennenteelt, koelopslag en trekfase. Een team van drie adviseurs wordt aangevoerd door Bart Hesen, directeur van het Limburgse witlofadviesbureau, en fungeert als sparringpartner voor alle professionals in de witlofsector in Nederland en daarbuiten.

Er is veel te doen in die sector vandaag de dag. De teelt bevindt zich in een transitiefase naar duurzamere teeltsystemen. Een verandering die wordt ingegeven door wet- en regelwijzigingen. Witloftelers worden uitgedaagd om vaker en meer voor duurzame alternatieven te kiezen. Met Integrated Pest Management (IPM), oftewel geïntegreerde plaagbeheersing en bestrijding, als vertrekpunt voor een gezonde teelt.

‘De chemie als gewasbescherming is bekend. Het vernietigt de aantaster van ziektes. Chemie is bewezen, er zijn schema’s en het bevat dichtgetimmerde draaiboeken. Maar chemie komt steeds meer onder druk te staan. We willen met zijn allen naar duurzame productiewijzen. De oplossing zit in weerbaardere planten en teeltsystemen. Hierdoor is het mogelijk om het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen sterk te reduceren’, aldus Hesen.

Tim Bos is bij Koppert accountmanager voor buitenteelten. Hij ziet dat de sector voor grote uitdagingen staat. ‘Het middelenpakket verandert snel. Door een veranderend klimaat komen er nieuwe ziektes en plagen bij en resistentie treedt op. Wij zijn constant bezig om te kijken hoe we met de natuur als basis oplossingen kunnen vinden voor deze uitdagingen’, stelt Bos.

Witlofplatform

De transitie in de witlofteelt mag dan bezig zijn, de kachel bij de teler moet ook branden, stelt Hesen. ‘Er wordt momenteel ver onder kostprijs geproduceerd. Duurzame oplossingen moeten economisch haalbaar zijn. In het Witlofplatform dat wordt georganiseerd door Chicogrow in samenwerking met Vollegrondsgroentenet leggen wij de laatste jaren meer nadruk op nieuwe duurzame oplossingen. Het Witlofplatform is de uitgelezen plek om deze discussie te voeren. Ons platform is een communicatietool waarbij we nieuwe ontwikkelingen signaleren, bespreken en bediscussiëren. Zo kom je langzaam dichterbij oplossingen. Zo is de biologische fungicide, Trianum, meegenomen in het Witlofplatform als veldbehandeling. Op dit moment hebben we nog een test lopen in de witloftrek met een kopbehandeling’.

Als het gaat om veranderingen, is het van belang om resultaten te tonen. Daarom gaat Chicogrow in eerste instantie voor het laaghangend fruit. Met andere woorden: waar behaal je het eerste resultaat? Hesen: ‘Als we telers laten zien dat groene middelen een positieve werking hebben, creëren we draagvlak. In de pennenteelt ligt de nadruk op preventie en weerbare teeltsystemen. In de witloftrek kunnen groene middelen ook een meer curatieve functie vervullen. Groene middelen werden vroeger nog gezien als kwakzalverij. Maar die tijd is lang voorbij, mede ingegeven door wet- en regelgeving.’

Bos: ‘Juist een middel als Trianum past perfect in deze strategie. Door dit bij zaaien toe te passen, is er gedurende de teelt veel minder kans op infecties vanuit de bodem. Dit geeft vervolgens gezondere pennen als uitgangsmateriaal voor de trek. Dit is extra belangrijk voor biologische telers, omdat die weinig kunnen corrigeren. We zien het gebruik ook toenemen bij gangbare telers.’

De transitie in de witlofteelt betekent voor Chicogrow dat andere eisen worden gesteld aan de adviseurs van het bedrijf. Ze moeten scherp zijn op de pijnpunten in de teelt en zoeken naar alternatieve oplossingen. De vragen zijn dan vaak: in welke fase van de teelt liggen de beste mogelijkheden voor zo’n product, en wat zijn de optimale omstandigheden waarbij een middel werkt? Dit betekent dat vaak wat geëxperimenteerd moet worden, voordat een goede werkwijze gevonden wordt. Omdat de omstandigheden niet altijd vooraf te bepalen zijn, ligt hier een extra moeilijkheidsfactor. Het is dan volgens Hesen ook belangrijk om bij dit type middelen niet te snel op te geven.

Hoog opgeleid

De wet- en regelgeving omtrent groene middelen is Europees gezien geheel vernieuwd, en laat nog weinig ruimte over voor interpretatie. Alle middelen met een werking tegen biologische stressfactoren zullen een reguliere toelating moeten hebben als gewasbeschermingsmiddel. Dit geldt ook voor groene middelen op basis van laag-risicostoffen. Hesen: ‘Mijn vrees is dat een voortvarende toelating van groene gewasbeschermingsmiddelen hierdoor vertraagd wordt. Eisen omtrent werking zijn naar mijn mening in de huidige tijd en zeker voor groene middelen grotendeels achterhaald. Groene middelen worden toegepast vanuit een systeembenadering. Een werking op productniveau is daarom lang niet altijd aantoonbaar. Bovendien is de huidige ondernemer steeds vaker hoog opgeleid, en prima in staat om het kaf van het koren te scheiden’.

Bos: ‘Van biologische gewasbeschermingsmiddelen is, net als voor chemische GBM, een werking aangetoond en met de nieuwe regelgeving zal dit straks ook voor biostimulanten zo zijn. Feit is wel dat de manier van toepassen en de omstandigheden een grote invloed hebben op het uiteindelijke effect van dit soort middelen. Daarom is het extra belangrijk dat telers en adviseurs over de juiste kennis beschikken om deze middelen goed toe te passen.’

Publicatie in Akkerwijzer maart 2022. Tekst door: Richard Kok.

Meer over Trianum