samen met het uitzetten van de eerste roofmijt. Gebruik 2500 - 5000 mijten/m² per uitzetting. Raadpleeg een consultant van Koppert of van een erkende distributeur
Op aardappelknollen ontstaat een korst (lakschurft). De symptomen kunnen per gewas verschillen. Op de zieke stukken worden sclerotiën aangetroffen, maar
gewas. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 50-250 roofmijten per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient ten minste 3 keer met een tussenperiode
met het uitzetten van de eerste roofmijt. Gebruik 1000 - 5000 mijten/m 2 per uitzetting. Raadpleeg een consultant van Koppert of van een erkende distributeur
waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 100-500 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten moet een of twee keer worden herhaald, of totdat
zich voordoen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 0,1-0,5 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient ten minste 3 keer met een tussenperiode
kunnen de hommels tot rust komen De bestuivingsprestaties en -duur variëren per gewas en zijn afhankelijk van de klimaatomstandigheden. Raadpleeg altijd een
plaaginsecten in het gewas worden waargenomen. Gebruik ten minste 4.000 zakjes per ha en hang ze steeds met evenveel tussenruimte in het gewas. Het uitzetten
worden waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 25-300 per m2/uitzetting. Het uitzetten dient indien nodig te worden herhaald. Raadpleeg