De toepassingsdoseringen variëren gewoonlijk tussen 250-500 kg/ha of 2-3 kg/m 3 substraat Toepassing kan worden herhaald voor bepaalde gewassen Raadpleeg
waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 25-300 per m2/uitzetting. Het uitzetten dient indien nodig te worden herhaald. Raadpleeg
introductie. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 0,25-5 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient na 2 weken te worden herhaald. Raadpleeg
het planten van het gewas. Introductiesnelheden bereiken doorgaans 1-10 per m2/uitzetting. Introducties moeten ten minste 3 keer worden herhaald met wekelijkse
het gewas. Introduceer afhankelijk van de plaagdruk tussen de 0,25-0,5 per m 2 /uitzetting. Introducties moeten ten minste 3 keer worden herhaald met wekelijkse
zichtbaar worden. De inzethoeveelheden zijn doogaans tussen de 0,1-0,5 per m 2 /uitzetting. Herhaal deze introductie ten minste 3 keer met een interval
matricariae ( Aphipar-M ) en de galmug Aphidoletes aphidimyza ( Aphidend ) zijn goede zoekers in het gewas. Aphidius matricariae (Aphipar-M) vindt snel de eerste
waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 25-300 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient een- of tweemaal te worden herhaald tot
kasten vanaf week 10 lager, dus in de schaduw van de planten (hoogte 0,40 m). Aantallen Plaats de nestkasten zoveel mogelijk enkel of met maximaal 2 nestkasten
Bodemverbetering! Nadat iedereen zijn zegje er wel over gedaan heeft, wordt het m.i. nu tijd om echt iets te doen aan bodemverbetering en daarmee plantversterking