Categorie: Artikel
Publicatiedatum: oktober 18, 2022

Wacht niet tot je het eerste luisje ziet

Onze adviseur:

In de paprikateelt en bij enkele siertelers dook vorig jaar een ogenschijnlijk nieuwe luis op die niet goed te beheersen was. Na intern onderzoek blijkt het om een variant van de groene perzikluis te gaan die minder gevoelig is voor chemische middelen. Koppert adviseert hiertegen een intensievere biologische aanpak en vooral ook preventieve inzet van bestrijders.

 

 

In de loop van het vorige teeltseizoen ontstonden met name in paprika problemen met groene perzikluizen (Myzus persicae). Deze werden onvoldoende tot slecht bestreden met de voor luis beschikbare middelen. Ging het hier om een onbekende luizensoort of een nieuwe variant? Inmiddels hebben onderzoekers van Koppert vastgesteld dat het wel degelijk een groene perzikluis betreft.

“Afgelopen najaar merkten we dat de luizen minder makkelijk te elimineren waren. Ook in de eerste maanden van dit teeltseizoen kregen telers de luis minder makkelijk dood, ondanks de schone start van de teelt”, vertelt Koppert-consultant Lisa Broekhuizen. “Er bleven luizen over en er ontstond hier en daar al plak, een teken van haarden.”

Ruim de helft van de Nederlandse paprikateelt blijkt last te hebben van die aanvankelijk onbekende luizensoort. Ook in de sierteelt dook de mysterieuze variant op. Consultant Tom Konijn: “Een Bouvardiateler merkte dat hij de luizen niet meer weg kreeg. Ondanks correct uitgevoerde behandelingen bleef bijna de helft over.

 

Determineren

“Deze luizen vertonen ook ander gedrag. Zo laten ze zich sneller vallen als je tegen de plant tikt, ook ontbraken de rode exemplaren die je normaal in een populatie ziet”, vertelt Lisa.

Om het raadsel op te lossen, stuurden meerdere consultants monsters voor onderzoek naar de interne afdeling ‘Samples en Diagnostics’. Via een determinatiesleutel wist Onne Isfordink het vermoeden weg te strepen dat het om een andere luissoort - de violette bladluis - zou gaan. Lisa: “Dat het toch perzikluizen zijn, is daarna bevestigd door onze R&D met behulp van DNA-techniek.”

 

Versmalling middelenpakket

De versmalling van het middelenpakket is een van de oorzaken dat deze variant minder gevoelig is voor chemie, volgens de consultants. “Daardoor leunen telers noodgedwongen te veel op het ene middel dat nog gebruikt mag worden. Zeker in omstandigheden waarin de biologie nog niet op sterkte is, zoals aan het begin van de teelt in de donkere winterperiode”, stelt Tom. “Er zijn nog wel breedwerkende middelen die luis beter bestrijden, maar die zijn niet te combineren met biologische bestrijders”, vult Lisa aan.

De consultants zien nog steeds dat sommige telers bij het ontdekken van luishaarden als eerste naar chemie grijpen, omdat het makkelijk is en snel resultaat levert. Maar het lange termijneffect is juist extra nadelig. “Biologie vraagt meer geduld en je moet vaak wat plekjes schade tolereren om eerst te bouwen aan een populatie natuurlijke vijanden. Als het nodig is in een later stadium, kun je nog corrigeren. Het voordeel daarvan is dat de natuurlijke vijanden de laatste luizen bestrijdt. Met een eenzijdige aanpak hou je het geen seizoen vol.”

Telers hiervan overtuigen hoort bij de dagelijkse gesprekstof van de consultants. Dat wordt niet minder met de nieuwe variant van de groene perzikluis. Want de boodschap is: om resistentie te voorkomen meer biologisch bestrijden en bestrijders ook preventief inzetten. Lisa: “Niet wachten dus tot je het eerst luisje ziet.” Tom: “Telers moeten aanwennen biologie juist preventief in te zetten in plaats van curatief, zodat ze de spuit zo lang mogelijk in de kast kunnen houden. Alleen zo kun je de resistentie van de luis voorkomen.”

 

Generalisten en specialisten

De vondst van de nieuwe variant van de perzikluis was voor Koppert aanleiding om het hele pakket aan luisbestrijders nog eens onder de loep te nemen. Lisa: “We hebben generalisten en specifieke bestrijders. Generalisten als galmuggen en gaasvliegen vreten luizen direct op en werken goed op haarden. Een sluipwesp als de Aphidius colemani (Aphipar) is een specialist die de perzikluis door het hele gewas heen parasiteert.”

Het zal een combinatie moeten worden van galmuggen, gaasvliegen en sluipwespen, denkt ze. “De sluipwespen zijn goed in het in toom houden van de luis, al kan dat bij donker winterweer moeizaam gaan. Daarom overwegen we vroegtijdige aanvulling met gaasvliegen. De uitzet van gaasvliegeneitjes, Chrysopa-E, moet wel goed gespreid gebeuren, want bij een te hoge dosering gaan ze elkaar opvreten”, legt Lisa uit.

 

Goed scouten is cruciaal

De consultants zijn gewend de telers en gewasbeschermingsmanagers te adviseren over hun strategie. “Maar even belangrijk zijn de medewerkers die toppen en indraaien en de paprika’s oogsten. Zij kijken elke dag naar elke plant. Dus ze kunnen ook de eerste luizen in het gewas scouten. Het is belangrijk dat ze hun vondsten direct melden en markeren met een clipje bovenin de draad”, aldus Lisa.

Veelal spreken die mensen nauwelijks Nederlands, dus instructies over verschillende plagen kan goed door foto’s van de verschillende plagen in de kantine te vertonen. “Vroeg signaleren van de plagen is heel belangrijk. In veel gevallen zien we dat bedrijven waar heel goed gescout wordt, de problemen met luis weer sneller onder controle te krijgen zijn”, constateert ze.

Bij Koppert worden ook ‘Kennen en herkennen’-cursussen gegeven om werknemers van tuinbouwbedrijven te leren hoe ze effectief op plagen kunnen scouten.