vrouwtjes zeer verschillend. De mannetjes vormen na het tweede stadium een donkere schijnpop en snel daarna een pop. De pop ontwikkelt zich in een witte k
geopend Bewaartemperatuur 5-20°C/41-68°F. Bewaaromstandigheden Op een koele, donkere en droge plek Niet in direct zonlicht Vorstvrij bewaren
geopend. Bewaartemperatuur 5-20°C/41-68°F. Bewaaromstandigheden Op een koele, donkere plek Niet in direct zonlicht Vorstvrij bewaren
Levenscyclus en uiterlijk van Aphidius matricariae Volwassen exemplaren zijn donkere wespen van 3-4 mm met lange antennen. Kenmerkend voor het onderscheid van
halsschild en donkerrode of zwarte ogen. De antenneleden zijn afwisselend donker en licht. Aan de beide zijkanten van het achterlijf bevinden zich kleine
zijn bruin met een gouden gloed en twee kleine zwarte puntjes en kunnen donkere bruine banden vertonen. De achtervleugels zijn bleker en helderder. De
gedraaid. Bij de mannetjes is het bovenste twee derde deel van de voorvleugels donker, soms overdekt met oker of gemengd met witachtige schubben. Het onderste
floridamot ( Spodoptera exigua ) kan 25 tot 38 mm groot worden. Op de rug zijn donkere, gekronkelde strepen waarneembaar. Aan de zijkanten zit een gele band met
Levenscyclus en uiterlijk van Aphidius ervi Aphidius ervi is een zeer donkere sluipwesp. De sluipwesp is helemaal zwart, zonder strepen. Omdat hij zich