l toe volgens de gebruiksaanwijzing van dat product. Dosering 125-250 ml per 100 liter water (0,125-0,25%), afhankelijk van de lokale registratie. Com
waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 0,25-25 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient ten minste 3 keer met een tussenperiode
worden waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 0,25-3 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient ten minste 3 keer met een tussenperiode
situatie worden aangepast. Het aantal vallen varieert doorgaans tussen 1-20 per hectare. Timing Hang de vallen op zodra de temperatuur boven de 10 °C uitkomt
worden waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 2-50 per m2/uitzetting. Het uitzetten dient een of twee keer met een tussenperiode
eerste plagen in het gewas worden waargenomen. Gebruik minimaal 4.000 zakjes per ha en hang ze gelijkmatig verdeeld in het gewas. Herhaal de introductie na
plaagmijten in het gewas worden waargenomen. Gebruik minimaal 3.000 zakjes per ha en hang ze gelijkmatig verdeeld in het gewas. Herhaal de introductie na
van het gewas. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 0,25-4 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient ten minste 3 keer te worden herhaald
en moet steeds aan de specifieke situatie worden aangepast. Strooi 60 gram per 100 meter rij uit. Herhaal na 7-14 dagen. Raadpleeg een consultant van Koppert