lokale Koppert-vertegenwoordiger of -distributeur. Dosering Eén Rollertrap per 1 tot 3 plantenrijen. Timing In hoge gewassen moeten Rollertraps bij voorkeur
worden waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 25-125 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient ten minste vijf keer met een tussenperiode
plaaginsecten in het gewas worden waargenomen. Gebruik ten minste 4.000 zakjes per ha en hang ze steeds met evenveel tussenruimte in het gewas. Het uitzetten
worden waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 50-250 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient een- of tweemaal te worden herhaald tot
worden waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 2-50 per m2/uitzetting. Het uitzetten dient een of twee keer met een tussenperiode
van het gewas. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 0,25-4 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient ten minste 3 keer te worden herhaald
waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 100-500 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten moet een of twee keer worden herhaald, of totdat
zijn een tekort aan prooi, een hoge populatie wantsen (meer dan 100-150 per plant) en een zwak gewas. Meer kwetsbare tomatensoorten zijn gevoeliger voor
Introduceer afhankelijk van de plaagdruk tussen de 0,25 en 4 sluipwespen per m 2 /uitzetting. Introducties moeten een aantal keren worden herhaald. Neem
gestart met twee kokers Aphipar-Bulk (5.000 stuks per koker) en vier kokers Aphidend (1.000 stuks per koker). Dit gaf ogenblikkelijk een goed resultaat