Elk jaar wordt van Europese telers en boeren gevraagd om meer te doen met minder. Er wordt van hen verwacht dat ze het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen terugdringen, hun milieuprestaties verbeteren en veerkrachtigere landbouwsystemen opzetten, zonder dat dit ten koste gaat van hun opbrengsten en bedrijfsvoering. Toch duurt het nog jaren voordat veel van de biologische alternatieven die kunnen helpen om die doelen te bereiken, op de markt komen.
Het resultaat is een paradox. Telers worden aangemoedigd om duurzamer te werken, maar het duurt vaak acht tot tien jaar voordat de benodigde middelen daadwerkelijk in de praktijk kunnen worden ingezet.
Een goed moment om de regelgeving te moderniseren
Een nieuw voorstel van de Europese Commissie kan hier verandering in brengen. Als onderdeel van het Omnibuspakket voor gewasbescherming wil de Commissie de toelatingsprocedures voor biologische gewasbeschermingsmiddelen moderniseren. Daarbij blijven de hoge Europese eisen op het gebied van milieu, gezondheid en voedselveiligheid behouden.
In de praktijk betekent dit dat biologische producten een beoordelingsproces krijgen dat beter aansluit bij hun eigenschappen. Deze middelen hebben namelijk vaak een ander risicoprofiel dan conventionele chemische bestrijdingsmiddelen.
Dat is belangrijk, omdat de druk op de landbouw alleen maar toeneemt. Klimaatverandering zorgt voor andere teeltomstandigheden, de eisen op het gebied van duurzaamheid worden steeds hoger en tegelijkertijd staat de voedselzekerheid en veerkrachtige voedselproductie weer centraal op de politieke agenda van Europa.
In verschillende Europese landen richt het publieke en politieke debat zich steeds meer op andere, meer controversiële aspecten van het Omnibuspakket. Daardoor dreigt een van de meest constructieve hervormingen ervan over het hoofd te worden gezien. Dat zou een grote vergissing zijn.
Biologische oplossingen werken al op grote schaal
Al jaren moedigen Europese politici telers en boeren aan om over te stappen op duurzamere vormen van gewasbescherming. Maar veel biologische oplossingen hebben nog steeds te maken met goedkeuringsprocedures die oorspronkelijk zijn ontworpen voor conventionele chemische bestrijdingsmiddelen.
Toch weten we al dat biologische oplossingen op grote schaal kunnen werken. Nederland laat dit elke dag zien. In de glastuinbouw is biologische gewasbescherming inmiddels de standaard geworden, in plaats van een experimenteel alternatief. Nuttige insecten en natuurlijk voorkomende micro-organismen worden op grote schaal ingezet om plagen te bestrijden en tegelijkertijd de afhankelijkheid van conventionele chemische middelen te verminderen. Nederlandse telers hebben aangetoond dat productiviteit en duurzaamheid hand in hand kunnen gaan. Maar ook hier vragen telers om meer biologische alternatieven, die nu vastzitten in het regelgevingskader.
In landen als Brazilië zien we ook dat boeren massaal overschakelen op biologische alternatieven zodra die beschikbaar komen. Daar duurt het ongeveer twee jaar om een biologisch bestrijdingsmiddel geregistreerd te krijgen. Bij de teelt van soja, maïs en suikerriet zien we dat boeren deze alternatieven gebruiken.
Duurzaamheidsdoelstellingen vereisen effectieve alternatieven
Dit is niet alleen een standpunt vanuit de sector. De strategische dialoog van de EU over de toekomst van de landbouw, waaraan landbouwers, wetenschappers, milieuorganisaties, consumenten en vertegenwoordigers van de sector deelnamen, kwam tot de conclusie dat duurzaamheidsdoelstellingen niet kunnen worden bereikt tenzij landbouwers toegang hebben tot effectieve en schaalbare alternatieven. Biologische gewasbescherming werd expliciet erkend als onderdeel van de oplossing. De uitdaging is nu ervoor te zorgen dat deze erkenning tot uiting komt in beleid en praktijk.
Europa kan geen leiderschap claimen op het gebied van duurzame landbouw zolang innovatieve biologische alternatieven onnodig worden vertraagd door regelgevingsprocedures die nooit voor hen zijn ontworpen.
Dit is niet alleen een milieukwestie. Het is ook een kwestie van concurrentievermogen, veerkracht en voedselzekerheid.
Biologische bestrijding mag geen nevenschade worden
De weerstand tegen het Omnibusvoorstel neemt toe. Een groot deel van die kritiek komt voort uit zorgen over bepalingen die betrekking hebben op conventionele synthetische gewasbeschermingsmiddelen, en niet zozeer op biologische bestrijding zelf.
Die zorgen verdienen serieuze aandacht. Vragen over milieubeschermingsmaatregelen, toezicht door de regelgevende instanties en de toekomstige rol van conventionele bestrijdingsmiddelen moeten openlijk worden besproken. Maar dat debat mag de waarde van hervormingen die de toegang tot biologische alternatieven kunnen versnellen, niet overschaduwen.
Wanneer politici het Omnibusvoorstel alleen als een totaalpakket beoordelen, dreigt Europa vooruitgang mis te lopen op onderwerpen waarvoor juist nu actie nodig is.
Hoge normen en snellere innovatie kunnen hand in hand gaan
Europa kan enkele van de hoogste normen ter wereld op het gebied van milieu, gezondheid en voedselveiligheid handhaven en tegelijkertijd de toegang tot veiligere en efficiëntere innovaties verbeteren. Die normen vormen zelfs een van de grootste troeven van Europa. Ze vormen de basis voor het vertrouwen van de consument, de voedselkwaliteit en de wereldwijde reputatie van de Europese landbouw.
Steun voor de positieve bepalingen inzake biologische bestrijding in het Omnibusvoorstel betekent niet dat de normen worden verlaagd. Het betekent juist dat wordt aangetoond dat hoge normen en innovatie hand in hand kunnen gaan.
Het voorstel is niet perfect. Over verschillende aspecten van het pakket zal een legitieme discussie blijven bestaan. Maar dat mag politici er niet van weerhouden maatregelen te steunen die boeren kunnen helpen sneller toegang te krijgen tot biologische alternatieven.
Europa heeft jarenlang telers en boeren aangemoedigd om duurzamere werkwijzen toe te passen. Het moet er nu voor zorgen dat de instrumenten die nodig zijn voor die overgang tijdig in de praktijk kunnen worden ingezet.
Hoge normen en snellere innovatie sluiten elkaar niet uit. Europa kan en moet beide realiseren!