Zwartvruchtrot (Stemphylium vesicarium) is in de perenteelt inmiddels enkele jaren terug van weggeweest. Na meerdere rustige jaren ziet de Centrale Adviesdienst voor de Fruitteelt (CAF) de druk de afgelopen twee jaar weer explosief toenemen, met name afgelopen jaar in het zuidwesten van Nederland, maar ook in de andere fruitregio’s is toename gezien.
Ferdy Tolhoek, al veertien jaar werkzaam bij CAF en opgegroeid in de fruitteelt, volgt de ontwikkeling van zwartvruchtrot én de inzet van Trianum‑P al ruim een decennium nauwlettend. In dit artikel deelt hij zijn observaties, ervaring én een duidelijke boodschap richting telers.
Van rustige jaren naar extreem hoge druk
Zwartvruchtrot komt uitsluitend op peer voor, en dan vooral in het ras Conference, dat ongeveer 90% van het perenareaal beslaat. In 2012 werd in de praktijk een toename van de aantasting gezien, met een sterke uitbraak in 2013. In de jaren daarna nam de druk geleidelijk weer af. Maar in de afgelopen jaren neemt de aantasting weer toe, met een forse uitbreiding in het afgelopen jaar.
Volgens Ferdy is een duidelijke enkele oorzaak niet aan te wijzen: “Er ontbreekt simpelweg fundamentele kennis. We weten dat de schimmel meerdere keren kan kiemen en zich aanpast aan omstandigheden. De puzzel is nog niet compleet, waardoor het moeilijk blijft om precies te zeggen waarom de aantasting in een perceel ineens explodeert.”
Factoren zoals bodem‑EC, droogte, wortelstress, UV instraling en verschillen tussen regio’s spelen mee. Ook ziet CAF dat schurftbespuitingen in sommige jaren onbewust een deel van de Stemphylium-druk onderdrukken, en in droge jaren dus minder bijdragen.
Waarom zwartvruchtrot zo lastig te beheersen is
Stemphylium onderscheidt zich van schurft door een agressiever infectiemechanisme. Een spore kan 6 tot 7 keer opnieuw kiemen, waardoor de schimmel meer kansen heeft om het gewas te infecteren. Een enkele periode met gunstige omstandigheden is voldoende om een keten van infecties te starten.
“Je blijft in een vicieuze cirkel”, legt Ferdy uit. “Daarom is alleen symptoombestrijding in het seizoen vaak onvoldoende.”
Verder toont onderzoek van CAF dat perenvruchten vooral in de eerste 70 dagen na bloei het gevoeligst zijn, maar dat vanaf augustus opnieuw een gevoeligheidsvenster ontstaat. Dat is essentiële kennis voor de timing van maatregelen.
De rol van Trianum‑P: infectiereductie aan de basis
CAF werkt al ruim tien jaar met Trianum‑P, het Trichoderma harzianum T‑22‑product van Koppert dat sinds enkele jaren een officiële labeltoelating heeft voor zwartvruchtrot. De waarde van Trianum‑P ziet Ferdy vooral in de bodemfase: “Het gaat om concurrentie in de bodem. Door Trianum‑P in te zetten, verlaag je de druk vanuit de basis. Met een lagere druk kun je in het schema met fungiciden veel meer bereiken. Uit eerder onderzoek van ons is gebleken dat met een zwaar fungicideschema maximaal 70% bestrijding gerealiseerd kan worden. Het resterende deel moet ergens anders vandaan komen en daar kan Trianum-P aan bijdragen.”
In recente proeven bij CAF leverde Trianum‑P onder zware infectiedruk circa 35% reductie op aantasting van de vruchten. Volgens Ferdy moet dat niet gezien worden als te weinig, maar als juist zeer waardevol: “Bij zulke extreme druk is 35% écht veel. Zonder Trianum‑P was het nog veel erger geweest. Dat moeten telers zich realiseren.” Ook benadrukt hij dat Trianum‑P vooral een systeemproduct is: meerjarig werken levert meer resultaat dan pas inzetten na problemen. Het is essentieel om in deze probleempercelen te investeren, omdat de komende jaren belangrijke fungiciden wegvallen.
Trianum‑P als basis in een systeembenadering
De klassieke aanpak in de perenteelt is nog steeds symptoombestrijding: reageren op wat er vorig jaar gebeurde. Maar volgens Ferdy werkt dat bij zwartvruchtrot niet meer. “Je moet naar een systeembenadering toe. Je bouwt aan een vitaal gewas, ondersteunt de bodem en je herhaalt de inzet van Trianum‑P over meerdere jaren. Dat geeft stabiliteit, zelfs als de schimmel zich aanpast of als middelen wegvallen.”
CAF ziet een duidelijke rol voor Trianum‑P als vaste basis bij telers die:
-
de laatste 3-4 jaar enige zwartvruchtrotaantasting hebben gezien
-
te maken hebben met stressvolle omstandigheden, zoals droogte of wortelproblemen
Mindset in de sector: van kosten naar langetermijnrendement
Veel telers vinden Trianum‑P nog een relatief dure toepassing. Ferdy begrijpt dat, maar ziet dat dit beeld verandert zodra telers de toegevoegde waarde in hun eigen perceel ervaren. “Telers handelen van oudsher op basis van het jaar ervoor. Als ze één seizoen weinig druk hebben, laten sommigen het weer los. Maar die manier van denken past niet meer bij de werkelijkheid en bij het teruglopende middelenpakket.”
Volgens hem zal de komende jaren duidelijk worden dat middelen zoals Trianum‑P onmisbaar worden. Niet alleen omdat het chemisch middelenpakket steeds kleiner wordt - zo staat fludioxonil tegen Stemphillium op de nominatie te verdwijnen - maar ook omdat alleen chemie onvoldoende is. “Het wordt een mix van een gezonde bodem, lage druk vanuit de basis en goed gekozen fungiciden erbovenop. Dat is de toekomst.”
Wat heeft de sector nog nodig voor bredere adoptie?
Ferdy noemt drie stappen:
-
Meerjarig bewijs blijven tonen: CAF blijft Trianum‑P inzetten binnen projecten en proeven om de meerjarige opbouw en drukreductie inzichtelijk te maken.
-
Demo’s op praktijkbedrijven. “We doen dit jaar opnieuw pilots bij telers. Daar ontstaat overtuiging: zien is geloven.”
-
Bewustwording creëren. Telers moeten gaan begrijpen dat Trianum‑P geen pleister is, maar een systeemcomponent: “Je investeert in de toekomst, niet alleen in het huidige seizoen.”
Tot slot heeft Ferdy een duidelijke boodschap voor telers die de laatste jaren zwartvruchtrot in hun percelen hebben gezien, maar Trianum‑P nog niet toepassen. “Kijk eerlijk naar de afgelopen seizoenen: hoeveel druk was er, hoe vitaal was het gewas en welke maatregelen heb je genomen?” Telers die terugkerende Stemphylium waarnemen, raadt hij aan de stap te zetten naar een bredere systeembenadering, waarbij Trianum‑P als vaste basis dient. Volgens Ferdy levert juist die benadering stabiliteit op lange termijn: “Je kunt er de toenemende druk én het krimpende middelenpakket beter mee opvangen. Het is investeren in een weerbaar teeltsysteem voor de toekomst.”