waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 100-500 per m 2 /uitzetting. Raadpleeg een consultant van Koppert of van een erkende
van het gewas. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 0,25-2 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten moet wekelijks worden herhaald tijdens de periode
worden waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 2-20 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient alleen in aangetaste plekken te gebeuren
worden waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 1-10 per m2/uitzetting. Het uitzetten dient met een tussenperiode van een week te worden
van het gewas. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 0,25-4 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient een aantal keer te worden herhaald. Raadpleeg
plaaginsecten in het gewas worden waargenomen. Gebruik ten minste 4.000 zakjes per ha en hang ze steeds met evenveel tussenruimte in het gewas. Het uitzetten
worden waargenomen. De introductiedoseringen variëren gewoonlijk tussen 25-125 per m 2 /uitzetting. Het uitzetten dient ten minste vijf keer met een tussenperiode
eerste spint in het gewas wordt waargenomen. Gebruik ten minste 4.000 zakjes per ha en hang ze steeds met evenveel tussenruimte in het gewas. Het uitzetten
derde en vierde stadium zijn het vraatzuchtigst en eten tot 30 wolluizen per dag. Kevers en larven zijn het actiefst in zonnige omstandigheden. Boven 33°C
waardoor telers uiteindelijk meer winst maken. Hommels werken zeven dagen per week ijverig, van zonsopgang tot zonsondergang, zelfs in ongunstige weers