Otiorhynchus sulcatus

Taxuskever

Algemeen

De taxuskever of gegroefde lapsnuitkever (Otiorhynchus sulcatus) vormt een plaag in een groot aantal siergewassen, waaronder rododendron, cyclaam en azalea, en in aardbei en andere fruitgewassen in gematigde en subtropische gebieden. Hij behoort tot de familie Curculionidae.

Levenscyclus en uiterlijk van de taxuskever

De levenscyclus van de taxuskever bestaat uit een eistadium, 6 of 7 larvenstadia, een popstadium en het volwassen stadium. In gematigde gebieden komen de eerste volwassen kevers tevoorschijn in het voorjaar, omstreeks mei. Ze zijn ongeveer 7-10 mm lang, bruinzwart van kleur en hebben vaalgele vlekjes op hun rug. De dekschilden zijn gegroefd en zijn met het lichaam vergroeid. Daarom kunnen taxuskevers niet vliegen, maar ze kunnen uitstekend lopen. Ze zijn alleen 's nachts actief. Overdag houden ze zich schuil. Ze zijn vaak te vinden tussen de potkluit en de pot of onder grove kluiten, maar ook in de strooisellaag, onder planken e.d.

In een gematigd klimaat worden er vanaf begin juli tot ongeveer eind oktober eieren afgezet. Deze zijn klein (0,7 mm in doorsnede), rond en wit. Hieruit komen larven met een wit doorschijnend tot roze-achtig lichaam en een bruinrode kop. Deze larven leven in de wortelzone in de grond, waar ze zich voeden met de wortels. Ze hebben geen poten en zijn ongeveer 1 mm lang bij het uitkomen, maar worden ongeveer 12 mm. De larve ligt vaak opgekruld in een typische C-vorm, die hij aanneemt wanneer hij wordt verstoord. Hun lichaam is bezet met stijve, wit tot lichtbruin gekleurde kromme haren. De taxuskever overwintert als larve, meestal in de middelste ontwikkelingsstadia. Zodra de temperatuur iets oploopt, worden de larven weer actief. De volgroeide larven verpoppen zich in het voorjaar in de grond. De poppen worden aangetroffen op een diepte van 2 tot 20 cm. De poppen zijn wit tot crèmekleurig en 7 tot 10 mm lang. Buiten is er één generatie per jaar. Een populatie van de taxuskever bestaat volledig uit vrouwtjes, die zich ongeslachtelijk voortplanten (parthenogenese).

Taxuskevers kunnen niet vliegen. Daarom verspreiden ze zich minder dan vele andere insecten. Verspreiding over grotere afstanden vindt gewoonlijk plaats via besmet plantmateriaal. Doordat Otiorhynchus sulcatus zich ongeslachtelijk voortplant, is één vrouwtje al voldoende om een nieuwe populatie te starten.

Over de taxuskever

Play

Bestrijding van de taxuskever