Nezara viridula

Zuidelijke groene schildwants

Algemeen

Schildwantsen behoren tot de familie Pentatomidae (snavelinsecten) en worden ook wel stinkwantsen genoemd vanwege de sterke geur die hun geurklieren uitscheiden wanneer ze worden verstoord. De zuidelijke groene schildwants (Nezara viridula) is een van de belangrijkste plaaginsecten uit deze familie. Deze wants komt van oorsprong waarschijnlijk uit Ethiopiƫ, maar komt nu in vrijwel alle tropische en subtropische gebieden voor. De soort blijft zich ook verspreiden naar gematigde gebieden waar deze vooral in kasgewassen te vinden is. De zuidelijke groene schildwants veroorzaakt problemen in veel voedsel- en vezelgewassen, waaronder belangrijke kasgewassen zoals paprika.

Levenscyclus en uiterlijk

Nezara viridula doorloopt vijf nimfenstadia. De eieren worden in groepjes van 30-130 eieren per cluster gelegd op de onderkant van bladeren en op vruchten, bovenin de plant. De eieren zitten stevig aan elkaar en aan het substraat vastgeplakt, en het eicluster is gewoonlijk zeshoekig. Wanneer ze net gelegd zijn, zijn de eieren lichtgeel van kleur en zien ze eruit als kleine tonnetjes met een afgeplatte onder- en bovenzijde en aan de bovenzijde een opvallende krans van stekels. Ze zijn ongeveer 1 mm groot. Wanneer de eieren ouder worden, veranderen ze van kleur, waarbij ze ten slotte helderoranje zijn.

De nimfen verlaten de eieren door het dekseltje aan de bovenkant te openen. Eieren van hetzelfde eicluster komen ongeveer tegelijk uit. De nimfen zijn in dit stadium licht geelbruin tot oranje van kleur, met rode ogen en transparante poten en antennen. Nimfen in het eerste stadium nemen geen voedsel op en blijven bij elkaar bij de lege eieren. Door bij elkaar te blijven zijn ze waarschijnlijk beter bestand tegen droogte en hoge temperaturen. Verder worden de chemische afweerstoffen die ze afscheiden tegen natuurlijke vijanden op deze manier geconcentreerd.

Nimfen in het tweede en derde stadium nemen wel voedsel op, maar blijven nog steeds bij elkaar. Pas vanaf het vierde stadium verspreiden de nimfen zich en bevinden ze zich 's ochtends vaak bovenin het gewas. In het tweede stadium zijn de poten en de kop zwart, het borststuk zwart met gele vlekken aan de buitenzijde en de antennen zwart met rode bandjes tussen de verschillende segmenten. Het achterlijf is rood. Het derde en vierde stadium verschillen van het tweede stadium in grootte en kleur. Hun lichaam is geheel groenachtig. Nimfen in het vijfde stadium hebben een zichtbare vleugelaanleg en een groenachtig geel achterlijf met rode vlekken langs de middenlijn.

De adulten zijn grote schildvormige wantsen. Ze zijn bleekgroen en worden bruinig van kleur bij lagere temperaturen. Ze zijn ongeveer 13 mm groot, met 3-5 bleke stippen aan de voorkant van het halsschild en donkerrode of zwarte ogen. De antenneleden zijn afwisselend donker en licht. Aan de beide zijkanten van het achterlijf bevinden zich kleine, zwarte puntjes. De vleugels bedekken het achterlijf volledig.

Schadebeelden

Nezara viridula kan alle delen van een plant aanprikken, maar heeft een voorkeur voor zich ontwikkelende vruchten en groeipunten. Op de vruchten ontstaan vaak harde bruine of zwarte stippen. Aangetaste scheuten verwelken en sterven in ernstige gevallen af. De groei van jonge vruchten blijft achter, en de verwelkte vruchten kunnen uiteindelijk afvallen. Nimfen in het vijfde stadium en adulten veroorzaken de meeste schade. Jongere nimfen spelen een minder grote rol bij de aantasting.