Lacanobia oleracea

Groente-uil

Wat is de groente-uil?

De groente-uil (Lacanobia oleracea) is met name een plaag in bedekte teelten, maar kan ook buiten schade opleveren. De soort is polyfaag en wordt aangetroffen in planten uit veertien families, waaronder gewassen zoals tomaat, paprika, sla, koolgewassen, komkommer, snijbloemen (voornamelijk chrysant), en meerjarige en houtige planten en bomen, onder andere appel. De groente-uil (Lacanobia oleracea) komt voor in heel Europa, Noord-Afrika, het Midden-Oosten, de gematigde delen van Noord- en Midden-Aziƫ, China, Korea, Japan en het noorden van India.

Levenscyclus en uiterlijk van de groente-uil

De voorvleugels van de volwassen groente-uil (Lacanobia oleracea) hebben een roodbruine kleur met een iets opvallende lichtbruine, niervormige vlek. Aan de achterrand van de voorvleugels loopt een dunne, getande witte lijn. Zoals bij de meeste Noctuidae zijn de achtervleugels grijsachtig en lichter dan de voorvleugels, met een donkere schaduw aan de rand. De antennen zijn lang en dun. De kop en het borststuk zijn roodachtig bruin en het achterlijf is meer grijsbruin en lichter van kleur.

De vrouwtjes van de groente-uil (Lacanobia oleracea) zetten hun ronde eieren aan de onderkant van het blad af in groepjes van 50 tot 300, vaak in lagen op elkaar. In het begin zijn de eieren groenig, maar ze worden geleidelijk lichtgeel of bijna wit. De rups doorloopt zes stadia. De kop is bleekgroen in de eerste twee rupsenstadia en wordt later wit tot grijsbruin met gemarmerde vlekken erop. De tekening op de rupsen is variabel en afhankelijk van de waardplant en het ontwikkelingsstadium. In het begin is het lichaam glanzend groen. Later ontstaat er een opvallende, gele lengtestreep aan elke zijde met zwarte stippen erboven. De gele streep wordt aan de bovenkant afgegrensd door een smalle grijze streep. Oudere rupsen kunnen variëren van lichtgroen tot lichtbruin of zelfs roodachtig met drie donkergrijze strepen over de rug, gedeeltelijk overschaduwd door de onderliggende grijszwarte strepen. Elk segment bevat zowel aan de zijkant als op de rug enkele donkere stippen.

Als ze zich gaan verpoppen, zoeken de rupsen beschutte plekken, net onder het grondoppervlak of onder de steenwolmat. Dan wordt een lichte, losse, zijden cocon gesponnen en twee of drie dagen later wordt er een roodbruine pop gevormd, die geleidelijk aan een zwarte glans krijgt. De motten vliegen overdag niet, maar verstoppen zich graag in scheuren in de bodem en worden vaak alleen maar gezien als ze opgeschrikt worden (bijvoorbeeld als er water gegeven wordt). Ook de rupsen zijn vrijwel uitsluitend ’s nachts actief.

Biologische bestrijding van de groente-uil