Witte vlieg
Inleiding
De kaswittevlieg Trialeurodes vaporariorum vormt een hoofdplaag in vele groente- en siergewassen. Ook de tabakswittevlieg Bemisia tabaci vormt een bedreiging voor de tuinbouw. De tabakswittevlieg is een gevreesd insect door zijn sterke resistentie tegen veel insecticiden.
Levenswijze
Bij de witte vlieg zijn zes ontwikkelingsstadia te onderscheiden, namelijk ei, 1e, 2e, 3e en 4e larvenstadium (uitgroeiend tot pop) en volwassen insect. De volwassen witte vliegen zijn meestal te vinden aan de onderkant van de jonge bladeren, waar ze hun eieren afzetten. Door aan de planten te schudden, vliegen ze als een wolk op om even later opnieuw de onderkant van de bladeren op te zoeken. De larven bevinden zich aan de onderkant van jongere bladeren; op de oudste bladeren zijn de poppen te vinden. Larven van Bemisia tabaci kunnen zowel op jonge als oude bladeren voorkomen.
Schadebeelden
- Vooral de grotere larven scheiden veel honingdauw uit, waarop donkere roetdauwschimmels groeien. Ook produceren de larven grote hoeveelheden was op en rondom hun rugoppervlak. Hierdoor vervuilt het gewas en vermindert de productie.
- Zowel de volwassen witte vliegen als de larven zuigen aan de plant waardoor de fysiologische processen van de plant kunnen worden beïnvloed en groeivermindering kan optreden.
- Er kunnen virussen worden overgebracht.


