Rupsen, vlinders en motten
Inleiding
Er zijn verschillende soorten vlinders en motten waarvan de rupsen schade aan onze cultuurgewassen veroorzaken. De belangrijkste vlinders die voorkomen in kasgewassen zijn de turkse mot (Chrysodeixis chalcites), de groente-uil (Lacanobia oleracea), de kooluil (Mamestra brassicae), de floridamot (Spodoptera exigua), de gamma-uil (Autographa gamma), de koolbladroller (Clepsis spectrana), de anjerbladroller (Cacoecimorpha pronubana) en Duponchelia fovealis.
Levenswijze
Vlinders ondergaan vier ontwikkelingsstadia, namelijk ei, rups, pop en vlinder. De eieren worden vaak in groepjes op het blad of op kasmateriaal afgezet. De larve van een vlinder is een rups met een goed ontwikkelde kop met stevige kaken. Rupsen eten bijna ononderbroken, behalve wanneer ze vervellen. De genoemde vlinders vliegen niet overdag, tenzij ze verstoord worden.
Schadebeelden
- Kleine rupsen schaven het bladoppervlak aan de onderkant van het blad weg, dit heet 'venstervraat'. De bovenste epidermislaag van het blad blijft onbeschadigd. Als de rupsen groter worden, verspreiden ze zich meer over de plant en verschijnen er eerst kleine en later vrij grote gaten in het blad.
- De grote hoeveelheid uitwerpselen van de rupsen vervuilen het gewas.
In de schijnwerpers: Tuta absoluta


