Tomaat
Bloembiologie
- De bloem van de tomaat (Lycopersicon esculentum) is tweeslachtig, zelffertiel en neerwaarts gericht.
- De bloem produceert geen nectar.
- De meeldraden zijn vergroeid en vormen een gesloten buis rond de stamper. In de buis bevinden zich longitudinale openingen. De stempel bevindt zich meestal binnen de meeldraadbuis.
- In die gevallen waarbij de stamper buiten de meeldraadbuis uitsteekt kan ook kruisbestuiving optreden.
- Beweging van de bloem is voldoende om het stuifmeel uit de meeldraden op de stempel en uit de bloem te laten dwarrelen. Hommels doen dit perfect door omgekeerd aan de bloem te gaan hangen, zich vastbijtend met hun kaken aan de meeldraadbuis, en vervolgens, door activering van hun vliegspieren (zonder vliegbewegingen met hun vleugels te maken), de bloem in trilling te brengen (buzz-pollination).
- De bijtafdrukken van de kaken worden in korte tijd bruin van kleur en geven de teler de zekerheid dat de betreffende bloem bezocht en dus (onder normale omstandigheden) gezet is. De bruinverkleuring treedt pas na één tot enkele uren op, afhankelijk van de tijd van het jaar en de weersomstandigheden. De controle 's avonds geeft dan ook een beter beeld dan overdag. De controle van de bloemen moet regelmatig gebeuren. In het voorjaar zijn de bloemen langer open (2-3 dagen) dan in de zomer (1 dag of minder). Bij de controle zal hiermee rekening gehouden moeten worden. In het voorjaar is 80-90% bruinverkleurde bloemen bij openstaande bloemen voldoende. In de zomer dient er wel verkleuring van enkele openstaande bloemen (30%) te zijn, maar de verkleuring is dan met name aan de reeds gesloten bloemen te zien (100% ).
- Bij een tekort aan bloemen kunnen de aanwezige bloemen zo vaak bezocht worden dat door het bijtgedrag van de hommels bij een fijnbloemig ras als de cherrytomaat beschadigingen optreden aan de bloembodem ('overbevlieging'). Dit leidt tot verkurkte plekken op de vruchtwand.
NATUPOL Nestkast
- Omdat de tomatenbloem geen nectar produceert, wordt de nestkast geleverd met voldoende suikerwater voor de totale levensduur van het hommelvolk.
Inzetschema
- Voor bestuiving van tomaat wordt in principe gewerkt met N-kolonies. Een N-kolonie bevat bij aflevering tussen de 50 en 60 werksters en heeft een levensduur van 8 tot 12 weken.
- NATUPOL kan worden ingezet vanaf het moment dat de eerste bloemen open staan. Er wordt in de winterperiode gestart met minimaal 3 kasten per hectare in ronde tomaat. Hier worden dan om de week 2 nieuwe volken bij gezet. Voor andere tomatentypen of kleine teeltoppervlakten levert Koppert een bestuivingsprogramma op maat.
- Wanneer in de zomerperiode wordt gestart zijn er meer kasten nodig, minimaal 8-10 per hectare.
- Het is verstandig om vanaf week 14 wat extra kasten (3 i.p.v. 2 per hectare) te plaatsen zodat er in de periode van week 16-20 voldoende hommels in de kas zijn. In die periode staat buiten in de natuur veel in bloei. Hierdoor kan een deel van de hommelpopulatie buiten de kas actief zijn.
Plaatsing en werking
- Zet de nestkast 0,5 à 1 meter boven de grond, op een tegen zon en condens/regenwater beschermde plaats. In de winterperiode kan plaatsing in de zon juist wel gewenst zijn. Plaats de kast niet tussen het gebladerte, maar goed zichtbaar vanf het hoofdpad!
- Sluit eventuele CO2-toevoer in directe omgeving van de nestkast af.
- Bescherm de kast tegen inloop van mieren.
- Laat de hommels na plaatsing enige tijd (½ - 1 uur) tot rust komen alvorens het vlieggat (de vlieggaten) te openen.
- Open het vlieggat als de luchtramen dicht zijn (einde van de middag); hierdoor wordt voorkomen dat hommels tijdens de eerste oriëntatievluchten buiten de kas komen en niet meer terugkeren.
- Na eerste oriëntatievluchten beginnen de hommels direct met de bestuiving van het gewas.
- Hommels zijn in het algemeen vooral actief in de ochtend en in de namiddag. De activiteit is ook afhankelijk van het bloeipatroon van het gewas.
- Hommels zijn actief bij een temperatuur tussen de 10 en 30 graden Celsius; zij werken optimaal bij temperaturen tussen de 15 en 25 graden Celsius.
Gewasbescherming
- Combinatie van hommels met biologische bestrijders levert geen problemen op.
- Chemische middelen hebben in het algemeen direct of indirect een effect op de hommels; direct door sterfte van werksters en larven door contact of opname en indirect wanneer de bloem, na behandeling, door de geur hommels afstoot waardoor het bloembezoek stopt.
- Systemische middelen (middelen die via de wortel opgenomen worden) hebben veelal een langdurige nawerking. Indien de bloem naast stuifmeel ook nectar produceert (b.v. paprika), kan de schadelijke werking veel ernstiger zijn dan in een alleen-stuifmeel-producerend gewas (b.v. tomaat).
- Voor een overzicht van de chemische bestrijdingsmiddelen met hun effect en ons advies m.b.t. het gebruik in combinatie met hommels verwijzen wij u naar de Neveneffectendatabase On-line.
- In alle gevallen moet, voordat een bestrijding wordt uitgevoerd, de BEEHOME van de nestkast in werking worden gesteld. Deze voorziening zorgt ervoor dat de hommels wel de kast IN kunnen maar niet UIT. Na ca. een uur kan de kast dan geheel worden afgesloten om deze ofwel af te dekken ofwel te verwijderen uit de kas.
- Plaats de kast bij het tijdelijk verwijderen uit de kas bij voorkeur in een ruimte van 18 à 20 graden Celsius.




